Wie cultuur zoekt, zit in Leiden goed. De stad waar Rembrandt werd grootgebracht is trots op haar musea en culturele activiteiten die vele bezoekers van buitenaf trekken. Maar wat hebben de Leidenaren zelf eigenlijk met cultuur? In 2002, 2005 en 2009 liet de Gemeente Leiden door middel van een stadsenquête onderzoeken hoe het met de cultuurparticipatie van de inwoners van Leiden gesteld is.
De uitslag van de enquêtes geeft een beeld van het aantal bezoeken dat mensen brachten aan culturele voorstellingen en instellingen. Maar het onderzoek gaat ook in op de persoonlijke culturele activiteiten van de ondervraagden. Uit de resultaten blijkt dat ruim vier op de tien Leidenaren zelf een culturele activiteit beoefent. Muziek maken was in alle jaren de nummer één activiteit. Hoewel tekenen/schilderen lang op de tweede plek stond, blijkt uit het onderzoek van 2009 dat fotografie/film onder de Leidenaren wat aan populariteit wint.
Behalve zelf een culturele activiteit uitoefenen, zijn er tal van andere manieren waarop de inwoners van Leiden met cultuur bezig te zijn. Ten tijde van de laatste enquête gaf 80% van de Leidenaren aan in de afgelopen 12 maanden één of meerdere culturele voorzieningen of voorstellingen te hebben bezocht. Uit alle onderzoeken bleek dat naar de film gaan het meest populair is, gevolgd door toneelvoorstellingen en cabaret en kleinkunst.
Opvallend is dat culturele festivals in het laatste onderzoek ook onder culturele voorstellingen en voorzieningen worden genoemd, met een behoorlijk aantal bezoekers. Leiden zelf kent verschillende festivals, waarvan er in 2009 twaalf werden voorgelegd aan de ondervraagden. Ruim de helft van de Leidenaren gaf aan een of meerdere festivals te hebben bezocht. Dit bleek 13% hoger te zijn dan in 2005 (waarvan 9% omdat dit jaar meer festivals zijn onderzocht en 4% vanwege een daadwerkelijke toename in bezoek ).
Te zien is dat lager opgeleiden en 65-plussers relatief minder vaak een cultureel festival bezoeken, en bovendien andere soorten festivals bezoeken. Wat dat betreft is er een overeenkomst te zien met de twee voorgaande bevindingen. Uit het onderzoek van 2009 blijkt namelijk dat jongeren tot 35 jaar en middelbaar/hoogopgeleiden relatief vaker zelf een culturele activiteit beoefenen, en dat jongeren en hoger opgeleiden relatief vaker een culturele voorstelling bezoeken.
Hier lijkt een conclusie te kunnen worden getrokken. Toch blijft het ‘relatief’ en is de vraag of een paar procent verschil genoeg is om te zeggen dat cultuur onder Leidenaren vooral iets voor jonge, hoogopgeleide mensen is. Als het gaat om de ontwikkeling van cultuurparticipatie kan wel worden gesteld dat de cultuurparticipatie over het algemeen, op een paar uitzonderingen na, niet of lichtelijk veranderd is in de afgelopen jaren.