Wethouder: stationsgebied is nooit af

Het zal de reizigers in Leiden niet zijn ontgaan: langzaam aan ondergaat het station Leiden Centraal een totale metamorfose. Het stationsgebied moet worden omgetoverd tot een prettig en aantrekkelijk verblijfsgebied, waarbij de beperkte ruimte zo praktisch mogelijk wordt gebruikt. Er is al plaatsgemaakt voor fietsenstallingen, een taxistandplaats en een busstation, maar toch is het project nog lang niet klaar. Pieter van Woensel, wethouder Ruimtelijke Ordening, Binnenstad en Publiekszaken in de gemeente Leiden (VVD) geeft zijn visie op het project.

“Het project dat nooit af is”, zegt wethouder Van Woensel. Het Leiden Centraal Project heeft geen einddatum en is eigenlijk een continu proces. Het project krijgt zo nu en dan een nieuwe impuls, dan worden er nieuwe bouwplannen gemaakt. Zo ook afgelopen februari, toen het college hun visie voor het Stationsgebied heeft vastgesteld. De visie is gericht op het herontwikkelen van het stationsgebied, zodat er een aantrekkelijk gebied ontstaat waar wonen en werken samenkomen.

Van Woensel is goedgestemd over de visie die er nu ligt voor het belangrijke stukje Leiden. “Het stationsgebied schreeuwt om een rigoureuze aanpak. Ik hoop dat de omgeving van het Leiden Centraal straks uitgroeit tot een levendige stationsbuurt die goed aansluit bij de historische binnenstad.” Het project is in 1995 gestart om de sfeer weer terug te krijgen in het stationsgebied, hierbij staan een aantal belangrijke uitgangspunten centraal.

Een van die uitgangspunten is de verbetering van de verkeerssituatie, door goede inpassing en aansluiting op alle vervoersstromen in en om het stationsgebied. De eerste stap werd bij de aftrap van de verbouwing gezet, met de aanleg van de ondergrondse autotunnel. Met de komst van de Joop Walenkamptunnel, die zorgt voor een makkelijke verbinding tussen de zeezijde en de stadszijde van het station, werd vervolgens grote vooruitgang geboekt. Op dit moment wordt er ook gebouwd. Het kleurrijke achmea gebouw verrijst uit de grond, samen met het alomvattende ROC gebouw. Eigenlijk hadden die gebouwen al moeten staan, maar de wethouder is blij dat er in ieder geval gebouwd wordt. “Je hoopt altijd dat iets eerder af is, maar zo gaat dat nu eenmaal.”

Andere belangrijk uitgangspunten zijn veiligheid en overzichtelijkheid. Het stationsgebied is niet meer alleen een oversteekplaats, maar heeft ook een plein voor voetgangers. Maar het meest trots is Van Woensel op de fietsenstalling annex taxistandplaats, een van de grootste stappen in de opknapbeurt van het Stationsplein. In de fietsenstalling is plek voor 2000 fietsen, terwijl het dak fungeert als taxistandplaats. Door de ruimte die hierdoor ontstond kon ook het busstation ingrijpend worden vernieuwd. Het busstation is nu comfortabeler voor reizigers en de inrichting is afgestemd op het Stationsplein.

Maar het doorlopende project heeft het niet altijd gemakkelijk gehad. Zo zijn er bij diverse deelprojecten mensen die bezwaar hebben aangetekend. Ook het juridisch loket tekende protest aan tegen de bouw van het ROC gebouw vanwege bouwoverlast. Volgens Van Woensel is de plek van het project lastig, omdat het zo zijn beperkingen kent. Het is een locatie waar dagelijks veel mensen komen. Zo zijn de plannen voor een multiplexbioscoop en discotheek intussen van de kaart verdwenen.

“Leiden is het saaiste station van Nederland” zo concludeert Van Woensel, maar in aantal verbindingen en passagiers erg groot. Leiden Centraal is een knooppunt tussen vele andere grote stations en scoort daarom hoog in de reizigersaantallen. Dit is een van de redenen waarom de NS veel geld in het interieur van het station stopt, met nieuwe winkels zoals de Hema en de Starbucks. Ook heeft de NS meebetaald aan extra fietsenstallingen om het gebrek een ruimte voor fietsen op te lossen.

De openbare gedeeltes van het project, zoals de tunnel, weg en fietsstallingen, worden geheel door de gemeente gefinancierd. Nieuwe woningen worden door woningbouwcorporaties betaald. Er vindt ook overleg plaats tussen de gemeente en de NS. De Spoorwegen mogen mee praten over de plannen rondom het station, maar hebben verder geen direct invloed op de uiteindelijke plannen. Van Woensel: “Pas als ze meer gaan betalen mogen ze mee beslissen”.

2 Reacties op “Wethouder: stationsgebied is nooit af”

  1. Sijmen says:

    Dat Achmea-gebouw.. Waarom al die kleurtjes?! Argh. Ik kan mij niet voorstellen dat iemand dat mooi vindt. Het ziet er erg onrustig uit. Er zit niet eens een duidelijk patroon in, of wel? Ze hadden het beter gewoon egaal kunnen maken met alleen van die stoere donkerblauwe ramen of desnoods met een groot bedrijfslogo. Voor de rest ziet het er qua vorm wel goed uit, vind ik.

    Enfin, ik hoop dat ze het nog kunnen aanpassen..

  2. Aafke says:

    Smaken verschillen!

Reageer