Stoplichten grootste ergernis Leidse fietsers

Met onze 15,000 kilometer aan fietspaden zou je verwachten dat de Nederlandse fietser niets te klagen heeft. Toch blijkt uit de jaarlijkse stadsenquête van de gemeente Leiden dat er nog voldoende kan worden verbeterd. De grootste ergernis blijkt het te lang moeten wachten voor een stoplicht, gevolgd door het gedrag van de medeweggebruikers. De derde plaats wordt gedeeld: men ergert zich evenveel aan het hobbelige wegdek als aan de afwezigheid van fietsenrekken. De ergernissen nemen wel af in de categorie gestolen fietsen en het stank- en geluidsoverlast.

Deze enquête is interessant omdat Leiden veel fietsers telt: 87% van de Leidse bevolking tussen de 18 en de 75 fietst wel eens. Zo’n 62% van de 4500 ondervraagden fietst iedere dag en 77% minimaal een keer per week. Daarnaast is er ook nog een kleine meerderheid van 6% die wel een fiets heeft maar hem niet gebruikt.

Daarnaast is fietsen ook in opkomst onder de twee miljoen toeristen die ons ieder jaar bezoeken. Hoewel de meeste per trein komen of met de auto, gaat zo’n 6% met de fiets. Dat zijn toch al gauw 122,000 extra fietsen die stad moet herbergen per jaar.

Naar een klacht heeft de gemeente Leiden al geluisterd, want in het voorjaar van 2010 worden de fietspaden tussen Leiden en Den Haag opnieuw geasfalteerd. Volgens de website van de gemeente Leiden: ‘Onnodige bochten verdwijnen, de paden worden verbreed en geasfalteerd en waar nodig wordt de verlichting en bewegwijzering verbeterd. Het uiteindelijke resultaat: snelle, veilige en comfortabele fietspaden. Fietsers op deze paden hoeven maar weinig te stoppen, doordat ze zoveel mogelijk voorrang krijgen.’

Reageer