De ‘kolonie’ van Giovanni

Giovanni Visone op de Steenschuur (foto: Annemart Pilon)
Giovanni Visone (22), een Italiaan, fietst op het Rapenburg alsof hij nooit anders heeft gedaan. Hij studeert Nederlands en woont tijdelijk in Leiden. Buitenlandse studenten blijken echter aansluiting te missen bij Nederlanders. Lukt het hem om in te burgeren?

Giovanni komt uit de omgeving van Napels en heeft een grote passie voor Nederland en onze taal. Precies een jaar geleden ging hij op studiereis naar Nederland en dat trof hem zo, dat hij besloot een half jaar in Leiden te studeren, ,,omdat het zo’n leuke en rustige stad is”.

Het aantal buitenlandse studenten dat naar Nederland komt neemt elk jaar met 8 procent toe. Uit recentelijk onderzoek van Bart Rienties van de Universiteit Maastricht is echter gebleken dat zij niet zo tevreden zijn over hun sociale leven. Ze missen aansluiting bij de Nederlanders en leven in een gesloten wereld.

En Giovanni? Die heeft zijn ,,Italiaanse kolonie”, zoals hij het noemt, gevonden en praat maar weinig Nederlands: ,,Er zijn in Leiden heel veel internationale studenten. Ik ga uit met Hongaren, Syriërs, Spanjaarden, Italianen, noem maar op. Wij praten allemaal Engels. Heel soms zijn er wel wat Nederlanders bij en dan praat ik ook Nederlands. En in de winkels praten ze in het Engels terug.”

De integratie tussen buitenlandse en Leidse studenten is volgens Giovanni niet groot. ,,Op de universiteit zijn de studenten altijd aardig en behulpzaam, ze maken wel eens een praatje met me. Maar het lijkt alsof de Nederlanders daarbuiten niet met ons willen omgaan”, vertelt hij. De buitenlandse studenten leven in hun eigen wereld.

Giovanni heeft de introductiedagen van de universiteit gemist, maar dankzij het internationale studentennetwerk ISN heeft hij heel veel mensen ontmoet. ,,ISN heeft veel voor ons gedaan. Via hun activiteiten heb ik mijn vrienden hier gevonden. Nu doe ik daar niets meer mee.” Hij gaat zelfs niet meer naar de internationale studentenavond in café Einstein, een bekend fenomeen. ,,Het is daar veel te druk. Wij organiseren zelf onze etentjes en feesten.”

In het vorige academisch jaar waren er 76.000 studenten in Nederland. Een jaar daarvoor waren dat er 70.000, volgens cijfers van het Nuffic, een Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs. Giovanni kan de toename niet verklaren. ,,Maar misschien willen de studenten een beter leven dan in eigen land. Nederland is een land waar alles goed lijkt te gaan.”

Hij is hier in het kader van het Erasmus-programma, een Europese uitwisseling tussen universiteiten. Hij volgt colleges over Nederlandse letterkunde en is tevreden over de universiteit: ,,Het niveau is hier hoog en de docenten werken heel hard. In het begin was het moeilijk om Nederlandse colleges te volgen, maar nu gaat het beter. Ik ben ingeburgerd”, zegt hij lachend en hij gebruikt een term die hij pas heeft geleerd.

Met dat inburgeren heeft de Universiteit Leiden nauwelijks geholpen, betoogt Giovanni. ,,De universiteit helpt je alleen bij huisvesting en doet verder niets.” Maar dat geeft niet, want hij weet geen antwoord op de vraag wat er in Leiden zou moeten veranderen om het leven voor een Erasmus-student leuker te maken. Na lang nadenken is het enige wat hij zegt: ,,Het ‘Erasmus-leven’ is hier is fantastisch. Het is er trouwens ook veel beschaafder en rustiger dan Napels, waar een complete chaos heerst.”

Is er dan niets dat beter kan? Giovanni: “Tja, hier zie je ’s nachts niemand op straat. Cafés sluiten hun terrassen om twaalf uur en dat is voor mij onbegrijpelijk. Het is hier nu toch ook warm? In Napels loopt iedereen ‘s nachts op straat met flessen drank en stukken pizza”. Dan grijnst hij. ,,Dat kan in Nederland één keer per jaar: op Koninginnedag.”

Reageer