Revolutionair reptiel in Naturalis

Grote opwinding om een klein schedeltje. Museum Naturalis heeft opnieuw een topstuk toegevoegd aan haar collectie. De Nothosaurus winkelhorsti. Het kleinste en oudste reptiel ooit in Nederland gevonden. Een doorbraak in de evolutiewetenschap. ‘Fantastisch, je ziet zelfs de tandjes.’

John de Vos (Naturalis) met links de schedel van de Nothosaurus winkelhorsti

Het enthousiasme in de ogen van John de Vos is zichtbaar. De evolutie-expert van Naturalis staat voor een glazen vitrinekast, in de hal van het museum. Hij wijst naar een bruingrijs stuk steen, met daar bovenop een stukje schedel. Slechts 4,5 centimeter groot, maar liefst 240 miljoen jaar oud. ‘In 1990 een groeve in de Achterhoek gevonden’, aldus De Vos. ‘Door amateurpaleontoloog Herman Winkelhorst. Hij heeft het minuscuul geprepareerd en jarenlang in zijn verzameling gehad.’

Een nieuwe soort, zo ontdekten wetenschappers. Met een groep deskundigen toog De Vos naar de Achterhoek. Daar waar 240 miljoen jaar geleden ruige zee was, en de vroegste reptielen rondzwommen. ‘Omdat het zo’n kleine schedel is, dachten we aanvankelijk aan een jong beest. De botten bleken echter volgroeid te zijn. Daarom konden we concluderen dat we met een nieuwe soort te maken hebben.’

Voor de gelukkige vinder, Herman Winkelhorst, had dat grote consequenties. Hij schreef een artikel in een wetenschappelijk tijdschrift over zijn vondst. ‘Zijn’ nieuwe soort staat aan de basis van de Nothosaurus-familie. Daarmee wordt een heel nieuwe ‘tak’ in de reptielenevolutie bloot gelegd.

De nieuwe soort is naar de vinder vernoemd, vandaar de toevoeging ‘winkelhorsti’. ‘Een hele eer’, benadrukt De Vos. ‘Maar ook wel wat tragisch. Winkelhorst heeft de schedel moeten afstaan aan een openbaar museum, zodat iedereen er naar kan kijken en z’n eigen vondsten er mee kan vergelijken.’ De Vos kijkt even naar de schedel, en voegt er dan aan toe. ‘Hij is er zelf overigens apetrots op, hoor. Voor eeuwig is zijn naam verbonden aan die Nothosaurus.’

‘Dit is een doorbraak in het reptielenonderzoek’, benadrukt de expert. ‘We krijgen steeds meer inzicht in de fauna en de evolutie van die tijd. De grootte van zo’n reptiel kan ik enkele tientallen generaties veranderen, wanneer de leefomstandigheden veranderen. Dat deze schedel drie keer zo klein is als de tot nu toe bekende soorten, zal veel nieuwe informatie opleveren.’ Wanneer vinden we een nóg ouder reptiel? ‘Kom helpen graven’, lacht De Vos. ‘Nee, dat is compleet onvoorspelbaar.’

Dat de Nothosaurus winkelhorsti nu in Naturalis prijkt, doet De Vos zichtbaar goed. ‘Men vond dat wij als enige in aanmerking kwamen om het tentoon te stellen. Dit museum bestaat immers al bijna tweehonderd jaar, en staat er over tweehonderd jaar nog. We herbergen miljoenen bijzondere objecten, maar dit is absoluut een uniek topstuk. Als je iets wilt zien, moet je hier zijn.’

Die stevige positie van Naturalis is van groot belang. Het museum hoort, in zijn soort, bij de mondiale wereldtop. Belangrijk, benadrukt De Vos. ‘Over honderd jaar moet de Nothosaurus winkelhorsti nog steeds te bezichtigen zijn. Wie weet zijn er tegen die tijd heel nieuwe technieken, om meer informatie uit de schedel te halen. Met nieuwe gegevens komt de vondst wellicht weer in een heel andere context te staan. In Grenoble is het nu al mogelijk om het inwendige gedeelte te laten scannen. Als er iemand geld voor over heeft, gaat dat zeker gebeuren.’

Afgelopen maandag werd de schedel feestelijk aan het museum overhandigd, door ontdekker Winkelhorst zelf. De Vos: ‘Een mooie happening. Er waren veel kinderen bij aanwezig, ook het Jeugdjournaal was present.’

De steen uit de groeve van Winterswijk, met bovenop de 4,5 centimeter grote schedel

Zo bevlogen als De Vos de nieuwe aanwinst beschrijft, zo weinig interesse lijken de binnendruppelende museumklanten te tonen. De Nothosaurus winkelhorsti staat in de hal van Naturalis, nog voor de kassa, en is zodoende gratis te bezichtigen. De meeste bezoekers lopen er finaal langsheen, en geven hun ogen pas na de kassa de kost. ‘Ik hoop dat bezoekers zien dat het een schedel is’, aldus De Vos. ‘Spannend. Ik heb een geoefend oog, maar dat geldt niet voor iedereen.’

Een grote groep kinderen –op schoolreisje- stormt het museum binnen. ‘Ik ben benieuwd of ze het zien’, fluistert De Vos. ‘Kinderen zijn gefascineerd door dinosaurussen, maar zo’n schedeltje is toch een ander verhaal.’

Nadat de schoolkinderen van een basisschool uit Schagen zich eerst vergapen aan de opgezette fazanten en parkieten, wordt de aandacht verlegd naar de Nothosaurus. ‘Wow’, zegt een jongen, hij drukt zijn neus bijna tegen het glas. ‘Dat is die van het Jeugdjournaal. Ongelofelijk dat hij zó oud is. Ik had hem groter verwacht.’ ‘Hebt u die ontdekt?’ vraagt een meisje aan de verslaggever.

Genoeglijk bekijkt De Vos het jeugdig enthousiasme. Een jongetje richt zich tot de evolutie-expert. ‘Hebben jullie ook een T.Rex skelet?’’  De Vos lacht. ‘Nee, helaas. Te duur. Maar hij staat zeker op mijn verlanglijst.’

‘Dit valt mij zeker niet tegen,’ zegt hij dan trots. ‘De kinderen hebben goed naar het Jeugdjournaal gekeken en zijn goed op de hoogte van de Nothosaurus. Beter dan de volwassen bezoekers.’

Reageer