Met het uitdelen van zakjes snoep en veel ballonnen in de vorm van hartjes ging eind maart in de Universiteitsbibliotheek de tentoonstelling ‘Liefde en Erotiek’ van start. De expositie markeert het eind van een verbouwing van de UB en de opening van de Noordhal, een nieuwe zaal voor tentoonstellingen.
Liefde en erotiek heeft in de kunst en literatuur altijd een grote rol gespeeld, en doet dit nu nog. De Universiteitsbibliotheek heeft een grote collectie boeken en prenten met dit onderwerp. De tentoonstelling is gericht uit werken uit de 16e en 17e eeuw, de tijd waarin tal van liedboeken en embleembundels gewijd werden aan de liefde, waarin mythologische taferelen duizenden prenten bevolkten en waarin Bijbelse figuren vaak verleidelijker waren dan de meeste pin-up modellen vandaag de dag. De tentoonstelling is tot stand gekomen door een lezing eerder gegeven aan de sponsoren voor de nieuwe ruimte.
De tentoonstelling varieert van prenten van o.a. Rembrandt tot liedboeken van Bredero en tekeningen van Lucas van Leyden tot een autograaf handschrift van Joost van den Vondel. Dit alles is samengesteld door Olga van Marion, historisch letterkundige, en Jef Schaeps, werkzaam bij de Universiteit Leiden conservator van prenten en tekeningen. Schaeps was verantwoordelijk voor de prenten en tekeningen en Van Marion zocht passende teksten hierbij. “Vooral liefdesliedjes waren erg in trek en in Nederland was dit vooral heel populair”, verteld Schaeps.
Een groot voorbeeld op het gebied van liefde en erotiek was dichter Ovidius met zijn Metamorfosen. In dit werk over de verandering van de wereld vanaf de oertijd worden de Grieks-Romeinse goden als mensen neergezet, die vele veranderingen kunnen ondergaan, metamorfosen. In de verhalen gaat het over liefde, verraad, haat, overspel, jaloezie en wraak, niet alleen over de liefde dus, maar over alles wat daarbij komt kijken.
De liedjes van de Nederlandse dichter Bredero, had ook een opvoedkundige taak. Jonge mensen leerden hoe ze zich beter wel en zeker niet moesten gedragen door liedjes waarin dat werd beschreven. Dit leverde gesprekstof op tijdens afspraken tussen jongeren in die tijd. Bij deze afspraken namen ze liedboekjes mee, in handig, klein formaat. “Deze liedboekjes hoorde voor een deel ook tot de hofmakerij”, aldus Schaeps, “in die tijd werden er liederen voorgedragen, nu nemen ze je mee naar een club.”
Veel van de tentoongestelde prenten zijn van toepassing op een Bijbelverhaal. Er werd dus veel inspiratie gehaald uit erotische verhalen uit de bijbel. Het eerste en misschien wel bekendste voorbeeld is een prenttekening van Adam en Eva, waarin Eva erotisch is afgebeeld met een appel in haar hand. Maar ook andere verhalen zorgde voor veel inspiratie. Van Potifars vrouw die Jozef wilde verleiden tot Lot die zijn 2 dochters bezwangerd.
In de 16e en 17e eeuw kreeg het protestantisme steeds meer voet aan de grond. De kerk was tegen deze verbeeldingen van Bijbelverhalen. Doordat kerk en staat gescheiden waren, konden kunstenaar toch hun gang gaan. Er zijn altijd spanningen geweest tussen wat officieel mocht en de vrijheid die kunstenaars namen. Een goed voorbeeld hiervan is dichter Matthijs van de Merwede, hij heeft een roman gemaakt over allerlei vrijpartijen die hij in Rome had meegemaakt, beschreven tot in de kleine details. Het boek werd officieel verboden, maar werd, in het geheim, een bestseller.
Volgens Jef Schaeps, een van de organisatoren was de opening een succes, met ondanks de tentamenweek een bezoekersaantal van ongeveer 250 man. Er werden goede reacties ontvangen. Een van de bezoekers noemde het wonderbaarlijk hoeveel schatten de universiteit bezit. “In het museumweekend hadden we helaas last van concurrentie”, zegt Schaeps. Ook nu lopen er regelmatig mensen binnen om even een kijkje te nemen.
De bijzondere documenten die hier te vinden zijn, zijn bijna allemaal eigendom van de Universiteits Bibliotheek. Schaeps zegt hierover: “Heel bijzonder vind ik toch wel de tekeningen van Rembrandt en Bartholomeus Pranger, maar ook de bijbel uit 1480 is een mooi exemplaar.” Deze bijbel is de eerste geillustreerde versie en gelde als standaard voor alle verder uitgaven. De Bijbel is bezit van een onafhankelijk instituut, waar de universiteitsbibliotheek nauwe contacten mee heeft.
Het is zeker de moeite waard om even langs te komen, in korte tijd krijg je een goede indruk van verhalen en tekeningen uit die periode. De tentoonstelling is tot 2 mei te bezichtigen en kost niks. De openingstijden zijn gelijk aan die van de UB.