Met hoofd en hart over Leidse gedenkstenen struikelen

Vijf gedenkstenen liggen nu in de straten van Leiden en herinneren aan de Leidse joden die in de Tweede Wereldoorlog zijn omgebracht. Donderdag 8 april legde kunstenaar Hunter Demnig de zogenaamde ‘stolpersteine’, stenen waarover je met hart en hoofd struikelt, voor twee Leidse woningen.

kunstenaar Hunter Demnig legt een gedenksteen voor het huis van de joodse gedeporteerde Jacob Philipson.

Kunstenaar Hunter Demnig legt een gedenksteen voor het huis van de joodse gedeporteerde Jacob Philipson.

Breestraat 161
,,Mijn familie is weer thuis.” zegt Jaenette Loeb, werkzaam in het Joods Historisch museum, maar vandaag vooral de kleindochter van de omgekomen familie Loeb. Vier gedenksteentjes met een messingplaatje waarop de namen en sterfdata van de familie Loeb staan, zijn nu voor boekhandel De Kler aan de Breestraat geplaatst. In de Tweede Wereldoorlog legden de Duitsers een steentje in het trottoir voor de huizen waarin joodse mensen woonden die later gedeporteerd zijn. De Duitse kunstenaar Gunter Demnig bedacht de ‘stolpersteine’: ,,stenen waarover je met hoofd en hart struikelt en waarbij je moet buigen om de tekst te kunnen lezen.” Sinds 2003 liggen deze stenen door heel Europa met de gedachte dat een mens wordt vergeten wanneer zijn naam vergeten is.

Toen Jaenette Loeb van de stolpersteine hoorde, was het voor haar een reden om uit te zoeken wie haar joodse familie was. Want zo vertelt ze in haar toespraak aan de Breestraat: ,,Kinderen van oorlogsslachtoffers horen of alleen maar of helemaal niets over de oorlogstijd. In mijn geval werd er nooit over de oorlog gesproken. Door niet te weten wie je familie is, mis je een deel van jezelf.”
Nu vertellen de foto’s en tekstfragmenten in de etalage van boekhandel De Kler het verhaal over het tragische lot van de familie Loeb. ,,Hopelijk zijn de steentjes er niet alleen voor de nabestaanden, maar ook om anderen bewuster te maken”, vervolgt Jaenette Loeb haar verhaal. ,,De keuze van één iemand kan de geschiedenis net even anders maken. Dit geldt zowel voor het verleden als voor nu.” Ze verwacht dat langzaam maar zeker steeds meer gedenkstenen zullen komen nu steeds meer mensen van het idee van de stolperstein horen.

Van der Waalsstraat 34
Vandaag werd ook voor het huis aan de Van der Waalsstraat 34 een gedenksteentje aangebracht. Dit steentje is voor Jacob Philipson die tijdens de oorlog administrateur van het Joodse Weeshuis in Leiden was en naar Westerbork is gedeporteerd en later in Sobibor is vermoord.
Het initiatief voor deze gedenksteen komt van de huidige eigenaar van dit huis, Paul Dijkselbergen.
Zo’n zeven jaar geleden kocht hij het huis en kwamen de verkooppapieren hem geheimzinnig voor. ,,Het huis bleek een verplichte verkoop van de familie Philipson aan een NSB’er te zijn.” zegt Dijkselbergen . Toen hij op een zomerse dag een aantal mensen naar zijn huis zag staan kijken, bleken het de kinderen van Jacob Philipson te zijn. Alle kinderen hebben de oorlog overleefd, al werd de jongste dochter Sara Philipson tijdens de oorlog ook door de Leidse jodenjagers gezocht. Zij zat echter ondergedoken bij het toen zestienjarige dienstmeisje Albertha Colijn in Rijnsburg. Een inval vond daar plaats, maar Albertha wist met de tweejarige Sara te vluchten. ,,Ik heb haar diezelfde avond nog met mijn zus naar een ander onderduikadres gebracht”, zegt de nu 86-jarige Albertha Colijn. Op de vraag of ze niet bang was met de joodse peuter over straat te gaan, zegt ze: ,,Welnee, het was bij mij thuis een doorgangshuis voor joodse mensen!”

Sara Philipson en haar broers en zussen zijn na de oorlog naar Israël verhuisd en zijn voor deze ceremonie speciaal naar Leiden gekomen. ,,Dit is de eerste keer dat wij mijn vader zo herdenken”, zegt de ontroerde Jacob Philipson (jr.) tegen een cameraman.

Andere joodse onderduikers
Het plaatsen van de gedenkstenen in Leiden trekt veel belangstelling en roept bij sommigen emotionele verhalen op. Nico de Jong en zijn vrouw zijn vandaag bijvoorbeeld gekomen omdat zij ook bezig zijn een stolperstein aan te vragen. ,,Bij de familie van mijn vrouw zat in de oorlog ook een joods meisje van twee jaar oud ondergedoken”, vertelt De Jong. Zijn vrouw licht toe dat ze toentertijd als jongere absoluut niet wist dat daar de doodstraf op stond. ,,Dit meisje heeft net als Sara Philipson de oorlog overleefd, maar de rest van haar familie tragisch genoeg niet.”

Het verhaal van de familie Philipson is nog maar een van de vele verhalen van joodse onderduikers in Leiden. Sytze van der Zee heeft in zijn boek Vogelvrij geprobeerd de mensen een gezicht te geven. Hij is ook op de ceremonie aanwezig en verklaart het grote aantal gedeporteerde joden aan de twee zeer actieve Leidse Jodenjagers.

Hier kunnen de andere bezoekers over meepraten. Carla van Zuiden bijvoorbeeld is vandaag ook naar de gedenkstenenonthulling gekomen. Ondanks dat ze na de oorlog de stad altijd zoveel mogelijk heeft gemeden vanwege de vele pijnlijke herinneringen, is ze toch gekomen. 17 maart had zij een van de zes koffers onthuld ter nagedachtenis aan de Leidse joden die in de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen. Als joods Leids meisje heeft ze de oorlog van dichtbij meegemaakt. ,,Ik zou zo nog heel veel adressen weten waar een gedenksteen op zijn plek zou zijn. Maar helaas zal voor veel families nooit een steen komen omdat van veel gezinnen niemand meer uit de concentratiekampen is teruggekeerd.”

‘Een onopvallend opvallend symbool’
Als de vijf gedenkstenen geplaatst zijn, worden de bezoekers in de synagoge aan de Levendaal ontvangen. De rabbijn leest een gebed voor en benadrukt hóé moeilijk het voor nabestaanden is om geen graf, geen plek, eigenlijk niets te hebben om hun familieleden aan te kunnen gedenken. Malka Polak, voorzitter van de Joodse Gemeente Leiden, spreekt de treffende woorden: ,,Nu is er gelukkig een onopvallend opvallend symbool waar mensen stil bij kunnen staan”.

Reageer