Moniek van Sandick (46) is sinds 2006 gemeenteraadslid voor het CDA in Leiden. De partij verloor deze verkiezingen één zetel (en ging van vijf naar vier zetels). Moniek stond op nummer twee van de lijst en houdt haar plek in de raad. Op de afgesproken tijd verschijnt ze op een knalgroene fiets, bezaaid met CDA-logo’s.
Moniek blikt terug op de in haar ogen kleurloos verlopen verkiezingsstrijd en praat over het belang van aandacht voor de Leidse politiek. “Hoe zouden de Leidenaren het vinden als de Leidse universiteit in Den Haag belandt?”
Kun je een reden aanwijzen voor het verlies van een zetel voor het CDA?
“Voor een klein deel wijt ik het verlies aan het CDA-standpunt rond de ringweg oost. Wij zijn voor de aanleg van deze ringweg en dat is geen populair standpunt. Voor een belangrijker deel komt het verlies door de landelijke politiek. Door de val van het kabinet over de kwestie Uruzgan was er in de media nauwelijks aandacht voor de gemeenteraadsverkiezingen. Hierdoor hebben veel mensen een landelijke keus gemaakt en helaas voor ons lag Balkenende wat minder goed dan bijvoorbeeld Pechthold als coming man.”
Maar het lukte toch wel om de aandacht van de lokale pers te trekken?
“Dat is juist heel lastig gebleken, niet alleen voor het CDA. Ook van andere politieke partijen hoorde ik dat ze weinig aandacht hebben gekregen in de lokale pers. Bijeenkomsten werden wel aangekondigd, maar niet verslagen. Alle standpunten zijn een keer in een overzichtsartikel in de krant gekomen en alle lijsttrekkers zijn een keer geïnterviewd, maar dat was vrijwel alles.”
“Er deden twaalf partijen aan deze verkiezingen mee, dus ik snap dat het lastig voor de media was om alle politieke partijen goed te volgen. Toch zou je verwachten dat zoveel partijen zorgen voor een kleurrijke verkiezingsstrijd waar de vonken vanaf spatten en die dagelijks in de kranten wordt verslagen. Maar dat is juist niet gebeurd: de hoeveelheid partijen heeft de verkiezingen uiteindelijk niet kleurrijker, maar eerder grijzer gemaakt.”
De lokale krant is natuurlijk niet de enige manier om kiezers te benaderen. Wat deden jullie nog meer?
“We hebben de bekende dingen gedaan om onze standpunten uit te dragen: flyers uitdelen in de stad, briefjes in de bus bij de mensen thuis en bijeenkomsten organiseren. Bijvoorbeeld over veiligheid met Hirsch Ballin als spreker. Mensen konden natuurlijk ons verkiezingsprogramma op de website vinden. Tenslotte hebben we met een paar actieve jonge leden campagnefilmpjes en een ringtone gemaakt. Aan die ringtone besteedde het Leidsch Dagblad trouwens wél aandacht. Dat is natuurlijk leuk, al heb ik liever dat de krant schrijft over onze inhoudelijke standpunten.”
Ik hoor je niet over Twitter, heb je dit nieuwe medium niet gebruikt?
“Ik heb wel wat getwitterd tijdens deze verkiezingen, al ga ik liever de stad in dan dat ik boodschappen op mijn computer of mobiel intik. Toch ga ik binnenkort een Twittercursus doen, want als politicus kun je nauwelijks meer om dit nieuwe medium heen en ik wil weten hoe ik het effectief kan gebruiken.”
Speelt de gemeentepolitiek wel voor de inwoners van Leiden?
“Ik sprak veel mensen, die het hun plicht vonden om te gaan stemmen, maar geen idee hadden van de lokale onderwerpen waren. Misschien omdat ze niet geïnteresseerd zijn, maar ik denk dat deze mensen met name een landelijke keuze maakten door de genoemde gebrekkige informatie in de media. Terwijl lokale politiek eigenlijk heel erg leuk is en je dagelijks leven op allerlei manieren raakt: van je paspoort tot je sportclub, van genieten van een mooie binnenstad tot baat hebben bij een goed werkende vuilophaaldienst.”
Van welk Leids onderwerp zouden mensen op de hoogte moeten zijn?
“Een onderwerp waarvan ik me afvraag of mensen weten dat het speelt, is hoe de Haagse gemeente lonkt naar de Leidse universiteit. Den Haag wil heel graag een eigen universiteit hebben. Maar dat gaat niet gebeuren omdat er al teveel universiteiten in Nederland zijn. Inmiddels heeft de universiteit een ‘Campus Den Haag’ met masterprogramma’s voor de studies internationaal recht, bestuurskunde en politicologie. Maar wat het CDA betreft vertrekken er geen bacheloropleidingen van deze studies uit Leiden.”
“De leden van de Raad van Bestuur van de universiteit en van LUMC wonen vaak niet in Leiden. Zij hebben geen binding met de stad en vinden het wellicht prima als de universiteit naar Den Haag zou gaan. Als gemeenteraad volgen we deze ontwikkelingen nauwlettend, want de universiteit moet natuurlijk in Leiden blijven.”
Tot slot?
“Het is belangrijke taak voor de media dat zij de Leidenaren goed informeren over plaatselijke onderwerpen. Als ik ’s ochtends het Leidsch Dagblad opensla, wil ik meteen in het Leidse nieuws kunnen duiken.”
