‘Het is niet alleen zorg en bemoeienis’

De opvang ligt goed verstopt

In dag- en nachtopvang De Nieuwe Energie zetten Stichting de Binnenvest en dagbesteding De Zaak zich dagelijks in voor de ruim 300 daklozen die Leiden en omstreken kent. Mede dankzij hen is in een paar jaar tijd het aantal daklozen met ruim 200 verminderd, wat een behoorlijke verbetering is. Opvang, onderdak én begeleiding, dat willen zij hun cliënten bieden.

‘Ondanks alle goede intenties, maakt bureaucratische rompslomp het soms heel moeilijk om deze bijzondere mensen echt te helpen’, vertelt een van de medewerkers van de opvang terwijl hij koffie schenkt. Voor eten moeten de mensen zelf zorgen, maar een pizzaatje verwarmen is geen probleem. ‘Johan, je pizza is klaar!’ wordt geroepen, waarna Johan zich terugtrekt in de alcoholkamer. ‘Daar, achter dat glas, mag ik lekker een biertje drinken.’

Glenn is dakloos, schrijver en een regelmatige bezoeker van de opvang. Hij weet niet meer precies hoe lang hij al dakloos is, maar gedichten schreef hij al als een klein jongetje. Het is zeker nu een persoonlijke uitlaatklep voor hem. Toch deelt hij de gedichten ook wel met anderen. ‘Voor één of twee euro verkoop ik ze aan mensen op het station. Soms voor vier zelfs. Aan deze werk ik nog: “Geen water is te diep. Ik kan zwemmen als een dolfijn.” Mooi hè?’

De andere bezoekers van de nacht- en dagopvang maken ongestoord hun aanwezigheid kenbaar: verbaal, fysiek en een enkeling zelfs met zijn lichaamsgeur. Glenn verdwijnt al snel naar buiten, hij moet nog wat dingen regelen met zijn uitgever. Voor de ingang van de opvang is een gedooggebied ingesteld door de politie. De drugsverslaafde daklozen maken daar gretig gebruik van hun aluminiumfolie. Haastig loopt Glenn hen voorbij, zijn gedichten hebben nu voorrang.

Pech gehad
Willem, een man van middelbare leeftijd, zit aan de grote eettafel. Een andere dakloze heeft de tafel net met een doekje afgenomen en twee potten geurende hyacinten neergezet. De groene muren, de rode vloer en de kasten van scheepshout: ze zijn er voor mensen die noch huis noch haard bezitten, wat de poging tot het creëren van een huiselijke ambiance bijna ironisch doet overkomen. ‘Hoe ik op straat terecht gekomen ben? Gewoon, pech gehad.’ Willem glimlacht en haalt zijn schouders op.

Interieur doet huiselijk aan. foto: Mart Meeuwsen

Met de opvang is hij wel tevreden. Een echt alternatief heeft hij niet en in andere steden is het veel slechter. ‘Hier is alles nieuw en hebben we best veel ruimte.’ Hij heeft gehoord van het GGD-onderzoek waaruit bleek dat het aantal daklozen in Leiden sterk afgenomen was. ‘Numeriek gaat het kennelijk beter met ons, hoewel ik me ook afvraag hoe ze in vredesnaam aan die getallen komen. We hebben ze zien tellen hier, daar niet van, maar er zijn er veel die hier niet komen. Die zitten in een container of een boot. Hoe dan ook, aan het eind van de dag sta je er toch alleen voor.’

Geen ideale wereld
Met twee persoonlijke begeleiders op ruim 60 cliënten is dat niet onbegrijpelijk. ‘We leven nou eenmaal niet in een ideale wereld’, vertelt begeleider Mario. ‘Het beleid van de gemeente heeft volgens mij vooral tot doel om daklozen uit het stadscentrum te halen. Hoewel ik dat best begrijp, bekruipt je soms het gevoel dat de opvang een soort dumpplek wordt. Nu blijft het bínnen over het algemeen wel rustig. Er is hier bewaking, en de meesten weten dat ze eruit moeten als ze het te bont maken. Maar structureel wordt er zo niet veel opgelost.’ Voor de deur wordt de verleiding voor velen toch te groot. ‘Die problemen komen zo toch de opvang in, met alle gevolgen van dien.’

Verslaafden, ex-verslaafden, niet-verslaafden, daklozen met zware psychische problemen en gewoon ‘pechvogels’, in de opvang zit iedereen bij elkaar. Dakloze Jeroen voelt zich weleens onveilig door deze menging. ‘Ik heb ook in Terneuzen gezeten, dat was pas smerig. Hier is het minder slecht gesteld met de hygiëne. Iemand die van de kaart is, pist soms letterlijk buiten de pot, zo is het nu eenmaal. Erger vind ik het dat ik elk moment moet oppassen of ik niet een mes in mijn nek krijg van een van die psychopaten. Alles zit hier, ook mensen die serieuze issues hebben en gevaarlijk kunnen zijn.’ De twee beveiligers hebben dan ook een zware taak binnen de opvang. ‘Als je de echt spannende verhalen wilt horen, moet je bij hen zijn’, zegt Mario.

Geen rust voor Glenn

In de algemene ruimte vertelt een van de weinige dames in de opvang dat ze nog wel meer verbeteringen kan bedenken. ‘Er zijn hier in totaal 4 wc’s, waarvan drie damestoiletten zijn. De heren maken daar dus ook gebruik van. Het sanitair is dan ook niet altijd even fris. Ook de ventilatie is slecht, het ziet hier blauw van de rook. Dat trekt door naar de slaapruimtes, dus in die lucht slaap je ook. En het is hier veel te warm.’ Haar buurman valt haar bij: ‘Dit gebouw, dat is mooi voor de wethouder om te zien, maar soms lijkt het wel of er geen rekening gehouden is met de bestemming of de doelgroep ervan.’

Enorm uithoudingsvermogen
Wim van ’t Veer, directeur van Stichting de Binnenvest, geeft volmondig toe dat er nog veel te doen is. ‘Dat van de wc’s is een fabel, maar het is wel zo dat wat op papier mooi uit ziet, in de praktijk vaak tegenvalt. We zijn natuurlijk ook geen hotel, maar een minimale voorziening. De opvang kost meer dan een miljoen en door bezuinigingen moeten we hard knokken om vast te houden wat we nu hebben.’ Verbeteringen gaan met hele kleine stapjes, wat ook van de maatschappelijk werkers een enorm uithoudingsvermogen vraagt. ‘De problemen die deze mensen hebben, beheerst hun hele leven. Het is dus ontzettend belangrijk dat er een goede ketensamenwerking opgezet wordt: zorginstanties, woningcorporaties, sociale instellingen, de politiek, we moeten de handen in elkaar slaan.’ Het gemeentebeleid Iedereen Onder Dak is volgens Van ‘t Veer echter een sprookje. ‘De 100 procent is onbereikbaar. Sommige mensen willen niet van de straat, en ook onder een dak kunnen problemen nog blijven voortbestaan.’

Met het gedoogbeleid voor de deur is Van ’t Veer niet blij. De politie vindt het wel best zo, want van overlast is geen sprake. Ook een omwonende zegt in de vier jaar dat ze er woont, nooit echt iets gemerkt te hebben van de opvang. ‘Je komt ze vaker tegen in de Digros om de hoek, meer niet.’ De ingang van de opvang ligt namelijk aan een openbare weg, goed afgeschermd van woonwijken. Buiten het zicht van andere Leidenaren gaat het dakloze leven daar gewoon verder. Van ’t Veer: ‘Het erge is dat wij het voor onze neuzen wel zien misgaan. Juist de zware gevallen zijn het moeilijkste op te lossen, maar veel kunnen we niet doen. Arbo-technisch gezien is het bijvoorbeeld niet mogelijk om een gecontroleerde gebruikersruimte in de opvang te creëren. Het geld én de mankracht zijn er niet om dit veilig te doen.’

Aan het eind van de dag is het bovendien niet alleen zorg en bemoeienis, stelt Van ‘t Veer. ‘Ook daklozen zijn gewone mensen. Als je wilt dat ze iets voor jou doen, dat ze hun problemen aanpakken, moet je ze iets interessants aanbieden.’ Een speciale woonruimte, de spacebox studio, heeft bijvoorbeeld bewezen een goed ruilmiddel te zijn. ‘We zijn eigenlijk altijd met de cliënten aan het dealen, maar in een andere zin van het woord natuurlijk.’

Reageer