Hoe bent u terecht gekomen bij het CDA Leiden?
“Het is eigenlijk weer een typisch studentenverenigingverhaal. Ik voer op een bootje met mijn dispuut toen ik door Wouter den Hollander (Duoraadslid Bestuur & Financiën) gevraagd werd voor het campagneteam. Dat heb ik toen gedaan en heb meteen al briljant gelachen. Vervolgens werd ik in 2007 gevraagd voor het afdelingsbestuur. Ik ben er dus als het ware ‘ingerold’, maar zo gaat dat meestal in de politiek.”
Was u daarvoor ook al voorstander van uw inmiddels eigen partij?
“Ja, ik stemde al jaren CDA. Ik ben zelf niet zo gelovig dus daar zit het hem niet in, maar ik ben vooral voorstander van de manier van besturen. Hierbij is de overheid de helpende hand maar wel op een strenge wijze en de verantwoordelijkheid op zich nemend. Je kúnt nu eenmaal niet alles aan het individu overlaten. De hele samenleving bestaat nota bene uit groepen dus het moet ook op die manier georganiseerd worden. Samenwerking is daarbij dus het krachtigste middel.”
Wat maakt u geschikt als Duoraadslid?
“Het is natuurlijk belangrijk dat je een boodschap weet over te brengen. Dus over sociale vaardigheden moet je in ieder geval beschikken. Ik heb ook geen angst om mijn mening te uiten waardoor ik niet terug deins om de ‘vinger op de zere plek te leggen’. Bovendien ga ik in alles wat ik doe met volle overtuiging te werk. Als ik ergens voor kies, dan ga ik daar ook voor honderd procent voor.”
Wat is het voor u het belangrijkste dat u hebt bereikt bij het CDA?
“In ieder geval de 2000 extra studentenkamers op de Lammeschansweg. Studentenzaken valt namelijk ook in mijn portefeuille en dit forse aantal maakt een groot verschil. Er komt ook cameratoezicht op het Centraal Station en op de Beestenmarkt. Mensen voelen zich daar ’s avonds echt te onveilig om langs te lopen. Het feit dat het in ieder geval bespreekbaar is geworden en dat de meerderheid nu achter ons staat, voelt toch een beetje als een politieke overwinning.”
Wat is uw meest trotse moment geweest?
“De dag dat in 2006 de uitslag van de verkiezingen bekend werd gemaakt in het stadhuis. Ik had me destijds actief ingezet voor het campagneteam maar zowel lokaal als landelijk had het CDA overal zetels verloren. De stress begon dus flink toe te slaan. Toen werd gezegd dat alleen in Leiden het aantal zetels van het CDA gelijk was gebleven! Ik voelde me echt trots, het was een machtig mooi moment.”
Waarin ligt de kracht van de campagnevoering van het CDA?
“Ik denk dat wij op een heel persoonlijke manier te werk gaan. Wij hebben altijd promotiestands waarbij koffie en soep geserveerd wordt en gezellige borreltafels waardoor mensen even blijven hangen. De mobiele stand, de fantastische bakfiets, is ook geïntroduceerd door het CDA Leiden en dat is nu overgenomen door landelijke campagnevoerders!”
Wat vindt u het leukst aan het voeren van campagne?
“Campagne voeren is eigenlijk een soort spel en je raakt er ook verslaafd aan bij succes. Je lacht je ook echt kapot om de reacties die je soms krijgt. Ik heb ook wel ontdekt dat je negativiteit het beste kunt omzeilen door ludieke grappen te maken. Zeker door onze geitenwollensokken-reputatie, reageren mensen dan ook meteen verrast: ‘Een CDA-er die een grap kan maken?’ ”
