Vrolijkheid troef in ontmoetingscentrum voor dementiepatiënten
“Goedemorgen, wat zijn jullie vrolijk zeg!”, roept taxichauffeur Reduan bij binnenkomst. “Normaal zijn jullie allemaal hartstikke chagrijnig!” “Wij chagrijnig?”, reageert mevrouw Van Dam (79) lachend, “Nooit!” Het is donderdagochtend in De Dwarswatering, een ontmoetingscentrum voor mensen met beginnende dementie. Taxichauffeur Reduan brengt een aantal bezoekers drie keer per week naar het centrum. Deze ochtend is de sfeer aan tafel jolig, bijna uitgelaten. “Hier wordt de wereld vrolijker”, vertelt Margriet Hagenaars, coördinator van De Dwarswatering.
Hoewel het ontmoetingscentrum al in september open ging, vond afgelopen week de officiële opening plaats. Tijdens de feestelijke opening sprak burgemeester Zonnevylle over de taboes rondom dementie, en riep op tot openheid. Hagenaars vertelt dat het voor patiënten inderdaad een behoorlijke stap is om naar De Dwarswatering te komen. “Mensen vinden het moeilijk te erkennen dat ze dementie hebben. Aanvankelijk zien ze dit centrum als een bevestiging van hun ziekte, en daarom twijfelen ze vaak nog. Die twijfel verdwijnt zodra ze hier een dag meegelopen hebben. Hier zijn lotgenoten, en dat haalt ze uit hun sociale isolement.”
“Wat ouderwets!”
De Dwarswatering biedt een dagprogramma aan voor mensen met lichte tot matige dementie. De dagen worden ingevuld met activiteiten die het trainen van het geheugen tot doel hebben. Zo wordt vanaf elf uur ’s ochtends de krant met elkaar besproken. Op deze manier kunnen mensen kijken wat ze onthouden hebben, en herinneringen van vroeger ophalen. Activiteitenbegeleidster Diana van der Hoff (42) pakt het Leidsch Dagblad erbij en leest voor: ‘Er is een aanslag geweest op een meisjesschool in Pakistan.’ “Weten jullie waarom?”, onderbreekt ze haar verhaal. Het blijft stil. “Omdat de mensen die de aanslag pleegden vinden dat meisjes niet naar school mogen.” “Wat ouderwets!”, roept 79-jarige mevrouw Van Dam daarop. De groep knikt instemmend.
Activiteitenbegeleidster Diana gaat door met het voorlezen van de krant. “Meneer Wilders wordt vervolgd. Kennen jullie dhr. Wilders?”, vraagt ze op de toon van een strenge onderwijzer. “Jaaaaah” antwoordt de groep collectief en expres braaf. “Gaat er ook nog iemand stemmen op zijn partij?”, vraagt Diana. “Nou, ik zeker niet!” klinkt het resoluut vanaf een hoek van de tafel. Het is de 84-jarige meneer Gritter. Ondanks zijn leeftijd volgt hij de politiek nog op de voet. In zijn werkzame leven werkte hij op verschillende ministeries in Den Haag. Daar werkte hij nog mee aan de totstandkoming van de AOW in dienst van minister president Drees.
Positief
Na het lezen van de krant is er tijd voor de dagelijkse portie beweging. Op stoelen doen de bezoekers arm- en beenoefeningen. Tijdens het uurtje gym vult de geur van erwtensoep langzaam de ruimte. Het is tijd voor de lunch. “Het is maar soep uit blik, hoor”, verontschuldigt activiteitenbegeleidster Diana zich als iedereen uiteindelijk aan tafel gaat. De deelnemers wuiven haar verontschuldiging weg. “Ik vind het heerlijk”, zegt mevrouw Van Dam. Het is opvallend hoe positief alle deelnemers zijn. Er wordt veel gelachen, en alles is mooi, leuk of lekker.
Dat geldt ook voor mevrouw Verlind (59). Zij is de jongste bezoeker van het ontmoetingscentrum, en duidelijk één van de gangmakers. Ze lacht veel, en deelt talloze complimentjes uit. Vijf jaar geleden werd bij haar de diagnose dementie gesteld. “Dat was een hele moeilijke tijd”, vertelt haar man Joop Verlind. “Mijn vrouw werkte toen ook met dementiepatiënten in de zorg, dus ze wist heel goed wat haar te wachten stond. Dat zorgde voor veel huilbuien. Je kan deze ziekte pas na een paar jaar accepteren. Nu heeft ze het geaccepteerd, en benadert ze alles positief.”
Niet meer koken
“Het is voor mensen met een geheugenstoornis moeilijk dat je steeds minder kan”, zegt Joop Verlind. “Dat gaat in fases. Op een gegeven moment moet je aanvaarden dat je niet meer kan autorijden, niet meer kan sporten en niet meer kan koken. Als partner schrik je daar ook iedere keer weer van.” Mevrouw Verlind bezoekt De Dwarswatering al vanaf september. Haar man vertelt: “Ze heeft het hier zo naar haar zin. Vijf jaar geleden moest ze abrupt stoppen met werken, en dat miste ze erg. Hier kan ze meehelpen met dagelijkse dingen, dus heeft ze het gevoel toch nog een beetje te werken.”
Naast de opvang van mensen met dementie, wil het ontmoetingscentrum ook de partners en mantelzorgers van de deelnemers ondersteunen. Voor hen start binnenkort een gespreksgroep. Lotgenoten kunnen daarbij ervaringen uitwisselen en elkaar emotionele steun bieden. Joop Verlind zal ook deelnemen aan deze gespreksgroepen, hoewel hij aanvankelijk wat terughoudend was: “Ik vond het eigenlijk nog te confronterend”, vertelt hij. Zoals het voor patiënten een stap in de erkenning van de ziekte is om naar De Dwarswatering te komen, is het dat voor de partners blijkbaar ook.
Na de lunch kijkt mevrouw Van Dam op van haar lege kom erwtensoep en constateert dat ze haar tas kwijt is. Even is er sprake van consternatie, maar dan blijkt de tas aan de stoel naast haar te hangen. “Dat gebeurt iedere dag wel een keer”, zegt activiteitenbegeleidster Diana met een knipoog. “Minstens één keer per dag is het tassenzoekuurtje.”
